¨ Jan op klompen









¨ Belhamel
Vroeger, toen je opa en oma nog kinderen waren, werd er veel in de poppenkast gespeeld met Jan Klaassen en Katrijn. Het zijn echte Amsterdammers. Jan maakt altijd grapjes en is een echte belhamel. Hij is vrolijk en brutaal. Dat kun je ook aan zijn gezicht zien. Hij wil graag alles weten en steekt overal zijn grote neus in. Af en toe drinkt hij een beetje te veel en hij houdt nooit zijn grote mond. Hij draagt een rood jasje met een groen jakje eronder. Zijn benen, gestoken in een geel en oranje gestreepte broek, bungelen soms over de poppenkastplank. Aan zijn voeten zitten klompen. Doordat er een belletje aan de punt van zijn muts zit, hoor je een vrolijk getingel. Heb je zin in het maken van een Poppenspe(e)lspeur- en -vragenspel over de diverse poppenspeltechnieken en het (volks)poppentheater? Klik dan hier!

¨ Kleuren, knippen en spelen
Kleur Jan en knip hem uit. Bevestig zijn benen en arm door middel van splitpennen aan het lijf. Maak één rietje of stokje vast aan zijn hand en één aan zijn rug. Het is handig om daar punaises voor te gebruiken. Als je vervolgens een wit laken spant of een vel doorzichtig papier neemt, kun je een schimmenspel met de pop opvoeren. Om met schaduwfiguren te kunnen spelen heb je een lamp of een kaars nodig. Zelfs het licht van een zaklantaarn kun je ervoor gebruiken. Als je de druktemaker tussen een lichtbron en het speelscherm beweegt, zien de toeschouwers aan de andere kant van het doek zijn schaduw. Je kunt Jan natuurlijk ook, zonder dat je gebruikmaakt van een schimmendoek, als stokpopje gebruiken. Het spel kan nu gaan beginnen. Slapperdemallemosterdpot zegt onze rakker tegen zijn publiek. Veel plezier en ... applaus!

Illustratie: Gitte Clemens.

Poppenspe(e)lmuseum. Kerkweg 38, 8193 KL  Vorchten NL  (+31(0)578 - 63 13 29