
¨ Erwin Olaf
Aan de fotograaf
Erwin Olaf gaven wij in 1990 twee foto-opdrachten. Een van de
Royal Portraits uit de serie Blacks met de titel
19 februari 1990 was daarvan het resultaat. Op de foto is een
nar te zien, met een narrenstaf waarop de kop van de
oud-Hollandse Jan Klaassen is bevestigd. De zwart geschminkte
figuur wordt omgeven door een lauwerkrans waaraan vier plastic
speelgoedhandpopjes bevestigd zijn. Aan de dichter Simon
Vinkenoog verstrekten wij de vrije opdracht 'Denkend aan
poppenspel ...!'. Hij schreef voor ons het gedicht Mimicri: un
déjà disparu. Een tweede foto-opdracht aan Erwin Olaf was
geïnspireerd op een illustratie van de tekenaar Peter Vos.
Erwin vertaalde dit idee in De poppenspeler. Een fragment
uit het leven van een poppenspeler en zijn vrouw. Beiden
bespelen kniepoppen, een dames- en een herenpop, die als laarzen
tot iets onder de knieën reiken en driftig aan het voetjevrijen
kunnen slaan. Wij combineerden deze foto met een gedicht van
A.J. Luyt, 'Allegorie van handjes en touwtjes' (1931) en
maakten er een Poppenspe(e)lpoëzieprent van. Een reproductie van
de twee getoonde foto's, met de gedichten van A.J. Luyt en Simon
Vinkenoog, is in de museumwinkel verkrijgbaar. Ze zijn verschenen
als Poppenspe(e)lpoëzieprent nr. 1 en 2. De
illustratie van Peter Vos treft u aan op een van de briefkaarten
die wij uitgeven.
¨ Chessmen
Erwin Olaf
Springveld (1959), alias Erwin Olaf, volgde de School voor de
Journalistiek in Utrecht. In 1982 begon hij als zelfstandig
fotograaf bij het COC-blad Sek. De opdrachten kwamen al
snel binnen: voor kledingmerken en voor buitenlandse homobladen;
in Nederland voor theatergroepen en voor tijdschriften als
Vinyl en Vrij Nederland. Exposities in binnen- en
buitenland volgden spoedig. Naamsbekendheid bij het grote
publiek verwierf Erwin Olaf door de wekelijkse portretten die hij
in 1987 maakte voor het weekblad de Haagse Post. De grote
doorbraak kwam in 1988 met Chessmen, een serie foto's van
een bizar schaakspel, waarin hoogzwangere vrouwen en dwergen de
stukken uitbeelden. Onherkenbaar vermomde, vrijwel naakte mensen,
voorzien van horens en bijna middeleeuws aandoende wapens. De
figuren in Chessmen zijn gehuld in zwachtels, touwen,
spinnenwebben en leren riemen. Het commentaar op zijn
'schaakspel' liep uiteen van 'vernieuwend', 'bloedmooi' tot
'verkapte SM' en 'opgeluxte porno'.
¨ Blacks
Twee jaar na
Chessmen kreeg Erwin Olaf dankzij een werkbeurs van het
Ministerie van OCenW de kans zijn vrije serie Blacks te
maken. Zeventien portretten van zwart geschminkte mensen in
quasi-klassieke kostuums. Ze zijn omlijst door ovale lauwerkransen
vol merkwaardige attributen. De kracht van Blacks zit hem
in de rijkdom van het beeld, waardoor de kijker steeds nieuwe
grappen en vondsten in de afbeeldingen ontdekt. De figuren in
Blacks vallen op doordat de ogen geblindeerd zijn. 'Ik vind dat
blinderen goed werkt. Ogen geven dominant het karakter weer. Ik
leg de emotie liever in de aankleding en in de houding. Of de
mensen vrolijk zijn of verdrietig, dat mag je als kijker zelf
invullen.'
¨ Humor
Veel Nederlanders
vinden Erwin Olaf eng en hardhandig, met al dat naakt en die
verwijzingen naar pornografie en sadomasochisme. Humor is
echter het toonaangevende element in zijn werk. Olaf gebruikt het
seksuele in de kostumering en enscenering niet om zijn kijker op
te winden. Het is verkleding, maskerade, spel. Hij gebruikt die
beelden theatraal. Hij ziet seksualiteit als een geïntegreerd
onderdeel van het leven. Zijn foto's zijn niet oppervlakkig. Ze
vallen op door hun fantasie, de rijkdom en de technische
perfectie. Enerzijds werkt hij met overdadige enscenering.
Anderzijds is hij bezig met erotiek en met de verschuiving van
normen daarin. Hoewel Erwin Olaf ook slanke mensen fotografeert,
wordt zijn wereld vooral bevolkt door kleine mensen, dikke
mensen, oude mensen, travestieten en transseksuelen.
¨ Chroniqueur
Olaf: 'Mensen die er
niet bij mógen horen en er desondanks juist heel erg bij wíllen
horen, daar hou ik van.' Zij die normaliter aan de kant staan,
staan bij Erwin Olaf in het centrum. Daarmee draagt hij impliciet
bij aan de emancipatie van randgroepen. Olaf omschrijft zijn werk
zelf als: 'Helemaal van deze tijd, maar toch barokkerig.' De
foto's van Erwin Olaf passen in een internationale tendens: het
neosurrealisme. Hij is de Chroniqueur van de gespeelde
decadentie!
Poppenspe(e)lmuseum. Kerkweg 38, 8193 KL Vorchten NL ( +31(0)578 - 63 13 29