¨ Stangpoppentheater
Stangpoppen zijn marionetten die niet aan draden hangen, maar aan een stevige stang. Deze is aan de kruin bevestigd of loopt door de kop en de hals heen. De stang is vastgehaakt aan een schroefoog in de bovenkant van de romp. Verschillende Europese landen of streken hebben een levende traditie op het gebied van stangpoppentheater.

¨ Woltje en Lafleur
In België en Frans-Vlaanderen treft men stangpoppentheaters aan in de volkswijken van een aantal grote steden. Ze zijn gevestigd in een omgebouwde kelder, loods of caféruimte. Het Brusselse stangpoppentheater heet Toonetheater. Vanaf de eerste helft van de negentiende eeuw noemden de opeenvolgende spelers zich Toone 1, 2, 3, enz. De huidige speler is Toone 7. De vaste komische figuur is het straatschoffie Woltje. Hij draagt een geruit kostuum. Lafleur is de kluchtfiguur uit het traditionele stangpoppentheater van Amiens. Hij neemt het altijd manmoedig op voor de zwakken. Helaas komt hij daarbij nogal eens in aanvaring met het gezag. Maar daarvoor heeft hij wel een oplossing: met een met ijzer beslagen schoen trapt hij de agent in zijn oog.

¨ Antwerpse poesjenellen
Tot de stangpoppen behoren tevens de befaamde Antwerpse poesjenellen. Ze hebben aan de rechterpols een tweede stang voor de armbeweging. Bij de kluchtige voddenbalen hangt aan de pols een knuppel. Hiermee kunnen ze geduchte akketatjes uitdelen. De lijken van verslagen tegenstanders stapelen zich op. De voddenbalen genieten de moederlijke zorg van kroegbazin Belle Jeannette. De opvoeringen worden gegeven in poesjenellenkelders.

¨ Achter het net, een por met de stok
Bezoekers tonen altijd een groot medeleven met het wel en wee van de poppen op het toneel. Vroeger gebeurde het niet zelden dat zij in de handeling ingrepen en de kwade partij bekogelden met appels, noten en ander voedsel. Om de poppen daartegen te beschermen, spanden de spelers dikwijls een net voor de toneelopening. Bij de stangpoppentheaters zat vroeger achter in het zaaltje bijna altijd een man met een lange stok, soms met aan het uiteinde een handje. Belhamels die tijdens het optreden de orde dreigden te verstoren of zich te veel met de voorstelling gingen bemoeien, gaf hij, over de hoofden van de anderen heen, een stevige por tussen de ribben.

¨ Tsjechië, Slowakije, Sicilië en Napels
De meest verfijnde stangpoppen zijn te vinden in Tsjechië en Slowakije. De poppen werden vroeger dikwijls gesneden door houtsnijders die tevens beelden voor kerken vervaardigden. De grootste en zwaarste stangpoppen zijn die van Sicilië en Napels. Ze worden door middel van stangen en enkele koorden bewogen. Zo zijn ze prima toegerust voor snelle en hevige strijd. Een belangrijk deel van het repertoire bestaat uit de legenden over de paladijnen van Karel de Grote. De ridders zijn uitgedost in fraaie, uit koper geklopte harnassen.

¨ Paladijnen
Een terugkerend moment in een stangpoppenvoorstelling is de consiglio (de raad). De paladijnen staan in een rij opgesteld voor hun vorst om een opdracht te ontvangen, bijvoorbeeld tot het voeren van een gevecht tegen de Saracenen. Van de paladijnen zijn de schele Orlando en de blonde Rinaldo het geliefdst. De paladijnen bestrijden niet alleen de heidenen, maar vechten ook met gevaarlijke dieren. Ruggiero bijvoorbeeld wordt in het bos aangevallen door een slang, die zich om hem heen kronkelt en hem dreigt te wurgen. De held trekt onversaagd zijn zwaard en weet het dier na een wilde strijd te doden.

¨ Affiche
De stangpoppenspelers van Sicilië en Napels speelden de ridderlegenden vroeger in afleveringen: iedere avond een volgend deel. Zij kondigden dit aan door middel van zeer grote, op papier geschilderde affiches, de zogenoemde cartelloni, die buiten aan de pui gehangen werden. De affiches van Palermo zijn verdeeld in zes à acht vakken met daarop het beeldverhaal van de komende dagen. Een reep papier met 'oggi' (heden) bij een van de vakken geeft het programma van die dag aan. In Catania gebruikte men voor ieder verhaalfragment een aparte affiche, men verwisselde ze per voorstelling. Het zijn juwelen van volksschilderkunst.

¨ Luisterplekje
In het museum zijn fragmenten te beluisteren uit het traditionele stangpoppenspel van Antwerpen. Door het gezelschap Neel van Cakenberghe word gespeeld: Ourson en Valentijn en De Leeuw van Vlaanderen. In de negentiende eeuw bestonden er te Antwerpen nog ongeveer twintig stangpoppentheaters. Het voornaamste en enige overgebleven poppentheater is de Poesje van de Reep (Repenstraat). Reeds verschillende geslachten schaviezen (van schouwveger, omdat de poppenspelers veelal schoorsteenvegers waren) hebben hier de 'volksmens' mee op ridderavontuur genomen. Hij kwam zo in aanraking met de Neus, de Schele en de Kop - de 'voddenbalen' - die beducht zijn om hun brede armzwaaien: de reeds genoemde akketatjes. Er wordt geen blad voor de mond genomen. De stukken, in sappig Vlaams, zitten vol grapjes en woordverdraaiingen, en er wordt flink geramd en gerost. De Kop: 'Ik had daervan 'ne kakstoel van 'ne waogel gekocht veur m'n marsandies te transperteere.' Ónze marsandies, dat wil zeggen monografieën en andere leuke spulletjes op poppentheatergebied, zijn in de museumwinkel verkrijgbaar.

¨ Kijken in de Poesjenellenkelder
Registraties van handpoppenspelen, het traditionele stangpoppenspel en andere vormen van poppentheater zijn regelmatig op video in onze Poesjenellenkelder te zien.
Wij wensen u veel luister- en kijkgenot!

Poppenspe(e)lmuseum. Kerkweg 38, 8193 KL  Vorchten NL  (+31(0)578 - 63 13 29