Dupak

Een stang- en trucpop. Het nummer met de dupak wordt in het Tsjechische en Slowaakse volkspoppentheater met marionetten en stangpoppen altijd als toegift opgevoerd. De pop maakt sprongen waarbij zijn lijf beurtelings lang en kort wordt. Het is een truc die overeenkomt met het strekken en weer inkrimpen van de hals van de Dood van Pierlala. Pierlala is een stokpop en wordt van onderaf gemanipuleerd; de dupak wordt als stangpop van bovenaf bewogen. Terwijl het rijzen van Pierlala's hals heel langzaam geschiedt en onder doodse stilte, gaat het strekken en krimpen van de dupak razendsnel en met heel veel rumoer. Dupak betekent 'stampend'. De houten voeten zijn met lood verzwaard. Het lijf van de pop is een zak van textiel. De stang waaraan de dupak hangt, gaat door de kop en het lijf heen en zit vast aan de houten heup. Het gat in de kop is iets wijder dan de dikte van de stang, waardoor de kop soepel op en neer kan schuiven. Aan weerszijden van de kop van de dupak is een touw vastgemaakt. De touwtjes gaan omhoog en zijn bevestigd aan een speelhoutje. Door dit houtje op en neer te bewegen, rekt en krimpt het lappen lijf. De pop gaat als het ware door de knieën en veert weer op. Behalve stampend springen, kan de dupak ook om zijn as draaien; daarbij zwieren zijn armen wijd uit.


Illustratie uit: Plzenské loutkárství: histoire a soucasnost.
Auteur: Pavel Vasícek.
Impressum: Vydalo Divadlo ALFA, Plzen (2000).
Stamboeknummer: 74.234.


Terug naar ABC